Artikel · gecontroleerd en gepubliceerd
Ik ben niet belangrijk genoeg
Peter denkt dat zijn gegevens voor niemand interessant zijn. Een geloofwaardig telefoontje laat zien hoe losse persoonsgegevens samen een krachtig middel voor oplichters worden.

Waarom jouw persoonlijke informatie juist wél waarde heeft
“Waarom zou iemand mijn gegevens willen hebben?”
Het klinkt eigenlijk heel logisch. Je bent geen bekende Nederlander, je hebt geen miljoenen op de bank en in je e-mail staan waarschijnlijk geen staatsgeheimen. Op Facebook deel je af en toe een foto, je feliciteert iemand met een verjaardag en misschien laat je zien waar je op vakantie bent geweest.
Wat moet een crimineel daar nou mee?
Meer dan je misschien denkt.
Niet omdat jij als persoon zo bijzonder interessant bent voor een crimineel, maar omdat al die kleine stukjes informatie samen iets over jou vertellen. Wie je bent, wat je doet, waar je komt, wat je leuk vindt en uiteindelijk zelfs welk verhaal je misschien eerder zult geloven.
Dat is geen klein probleem. In 2025 werden volgens het CBS ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders van 15 jaar of ouder slachtoffer van online criminaliteit. Bijna drie kwart kreeg minstens één telefoontje, e-mail of ander bericht dat waarschijnlijk van een oplichter afkomstig was.
Online oplichting speelt zich dus niet ergens af in een donkere uithoek van het internet.
Het komt gewoon bij mensen thuis binnen.
Maak kennis met Peter
Peter is 61. Geen digitale waaghals, maar ook zeker niet iemand die niets van computers begrijpt. Hij gebruikt Facebook om zijn voetbalclub te volgen, ziet foto's van familie voorbijkomen en reageert zo nu en dan ergens op.
Op zijn verjaardag schrijft zijn dochter:
“Gefeliciteerd pap! 61 alweer!”
Leuk. Volkomen normaal.
Een paar maanden later zet Peter foto's van zijn vakantie in Spanje online. Zijn woonplaats staat op zijn profiel. Hij heeft ooit gereageerd onder een bericht van zijn bank en op LinkedIn staat nog waar hij jarenlang heeft gewerkt.
Peter heeft nergens zijn pincode neergezet. Zijn wachtwoord staat niet op Facebook en hij heeft geen foto van zijn bankpas gepubliceerd.
Toch ontstaat er langzaam een beeld van hem.
Een leeftijd. Een woonplaats. Familieleden. Interesses. Een oude werkgever. Misschien is zelfs te achterhalen bij welke bank hij klant is.
Los van elkaar stelt het weinig voor. Een geboortedatum is maar een geboortedatum en een vakantiefoto blijft gewoon een vakantiefoto.
Maar leg genoeg van die puzzelstukjes naast elkaar en het plaatje wordt steeds duidelijker.
Niemand hoeft één groot geheim over Peter te ontdekken.
Heel veel gewone dingen kunnen samen bijzonder waardevolle informatie worden.
Je vertelt meer dan je denkt
Dat informatie over gewone mensen waarde heeft, zien we eigenlijk iedere dag. Daarvoor hoeven we nog niet eens naar criminelen te kijken.
Neem TikTok.
Je kijkt een filmpje helemaal uit. Bij het volgende veeg je vrijwel onmiddellijk verder. Bij een derde blijf je nét wat langer hangen. Misschien heb je nergens op ‘Vind ik leuk’ gedrukt en heb je nooit ingevuld wat je interesses zijn.
Toch heb je al iets verteld.
TikTok kijkt naar allerlei signalen: wat je bekijkt, hoelang je kijkt, wat je overslaat, waar je op reageert, wat je deelt en waar je naar zoekt. Langzaam leert het systeem welke filmpjes waarschijnlijk jouw aandacht vasthouden.
Dat is waarom de Voor jou-pagina na verloop van tijd soms bijna griezelig goed lijkt te weten wat je leuk vindt.
En tussen die filmpjes staan advertenties.
Wanneer uit je gedrag bijvoorbeeld blijkt dat je graag naar filmpjes over kamperen kijkt, is dat niet alleen handig om je meer kampeerfilmpjes voor te schotelen. Die interesse kan ook worden gebruikt om advertenties beter op je af te stemmen.
Daar zit een enorm verdienmodel achter. Meta, het bedrijf achter Facebook en Instagram, behaalde in 2025 bijvoorbeeld ruim 196 miljard dollar aan advertentie-inkomsten.
Dat betekent niet dat Meta voor 196 miljard dollar persoonsgegevens heeft verkocht. Zo eenvoudig werkt het niet. De waarde zit onder andere in het kunnen bereiken van mensen voor wie een bepaalde advertentie waarschijnlijk interessant is.
Of anders gezegd:
Je aandacht is waardevol. Informatie die helpt voorspellen waar jij je aandacht aan geeft, dus ook.
Een sociaalmediaplatform en een crimineel hebben natuurlijk totaal verschillende doelen. Maar dit voorbeeld laat wel iets belangrijks zien.
Je hoeft iemand niet persoonlijk te kennen om aan de hand van kleine signalen verrassend veel over die persoon te leren.
En daarmee komen we terug bij Peter.
Dan gaat op dinsdagmiddag de telefoon
Peter neemt op.
De man aan de andere kant kent zijn naam. Hij zegt namens Peters bank te bellen en tijdens het gesprek wordt ook zijn woonplaats genoemd.
Er zou iets mis zijn met zijn rekening.
Er moet snel iets gebeuren.
Peter is normaal gesproken voorzichtig. Hij weet dat er oplichters bestaan en heeft vaak genoeg gehoord dat je nooit zomaar gegevens moet doorgeven.
Maar toch voelt dit telefoontje anders.
Deze man weet dingen over hem.
Zijn naam klopt. Zijn bank klopt. Zijn woonplaats klopt.
En juist daardoor begint een onbekende ineens iets minder als een onbekende te voelen.
Dat is precies waar persoonlijke informatie gevaarlijk kan worden. Niet alleen omdat iemand er rechtstreeks een account mee kan binnendringen, maar omdat echte informatie een vals verhaal geloofwaardiger kan maken.
De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt daar ook voor: hoe meer persoonsgegevens criminelen tot hun beschikking hebben, hoe geloofwaardiger frauduleuze berichten kunnen worden.
En criminelen krijgen volop kansen om het te proberen. In 2025 kreeg 74 procent van de Nederlanders van 15 jaar of ouder minstens één vermoedelijk frauduleus telefoontje, mailtje of ander bericht. Ongeveer 133.000 mensen verloren daadwerkelijk geld aan phishing.
Peter hoeft dus helemaal niet belangrijk te zijn voor de man aan de telefoon.
De man hoeft Peter alleen maar goed genoeg te kennen om geloofwaardig over te komen.
Maar waar komt al die informatie vandaan?
Misschien denk je nu: dan zet ik gewoon minder op Facebook.
Dat kan verstandig zijn, maar daarmee ben je er niet.
We laten op ontzettend veel plekken persoonsgegevens achter. Bij webwinkels, werkgevers, verenigingen, verzekeraars, energieleveranciers en apps. Dat is meestal volkomen normaal. Een webwinkel moet tenslotte weten waar je pakketje naartoe moet.
Maar organisaties kunnen ook slachtoffer worden van cybercriminaliteit.
De Autoriteit Persoonsgegevens registreerde alleen al in 2025 136 ransomware-aanvallen. Bij zulke aanvallen worden steeds vaker persoonsgegevens gestolen, waardoor ook de risico's op oplichting en identiteitsfraude toenemen.
En dan wordt die puzzel opnieuw belangrijk.
Een e-mailadres dat jaren geleden bij organisatie A is buitgemaakt, kan later worden gecombineerd met een telefoonnummer uit bron B en openbare informatie uit bron C.
Je geboortedatum verandert niet omdat er tien jaar voorbij zijn. Je naam meestal ook niet. Misschien gebruik je zelfs nog hetzelfde telefoonnummer of e-mailadres.
Persoonsgegevens kunnen daardoor een veel langer leven hebben dan we ons realiseren.
“Maar ik heb toch niets te verbergen?”
Misschien is dat wel de bekendste reactie wanneer het over privacy gaat.
En ergens klinkt het logisch. Waarom zou je je druk maken als je niets verkeerd doet?
Maar privacy gaat niet alleen over geheimen.
Je doet thuis waarschijnlijk ook de gordijnen dicht zonder dat er binnen iets illegaals gebeurt. Je stopt een brief in een envelop terwijl er geen staatsgeheim in staat. En waarschijnlijk vind je het prettig om zelf te bepalen wie je persoonlijke gesprekken, foto's of financiële informatie kan bekijken.
Dat is waar privacy uiteindelijk over gaat:
zeggenschap.
Wie weet iets over mij? Waarom is die informatie nodig? Wat gebeurt ermee? En wie kan er later nog meer toegang toe krijgen?
Dat betekent niet dat je Facebook moet verwijderen, nooit meer een vakantiefoto mag plaatsen en voortaan onder een schuilnaam boodschappen moet doen.
Het gaat erom dat je af en toe bewust nadenkt voordat je informatie weggeeft.
En vooral dat je onthoudt dat iemand die veel over jou weet, daardoor nog niet te vertrouwen is.
En Peter?
Terug naar dat telefoontje.
De man vertelt Peter dat hij onmiddellijk iets moet doen. Er is haast bij. Als Peter niet meewerkt, zou er geld van zijn rekening kunnen verdwijnen.
Peter twijfelt.
Alles wat de man vertelt klinkt overtuigend. Maar toch voelt er iets niet goed.
Dus doet Peter uiteindelijk iets heel eenvoudigs.
Hij hangt op.
Niet omdat hij precies begrijpt hoe de oplichting werkt. Niet omdat hij onmiddellijk heeft ontdekt waar de beller zijn informatie vandaan heeft. En ook niet omdat hij slimmer is dan iedereen die wél slachtoffer wordt.
Hij vertrouwt het gewoon niet helemaal.
Peter zoekt vervolgens zelf het officiële telefoonnummer van zijn bank op en belt.
Er blijkt helemaal niets met zijn rekening aan de hand te zijn.
Dat ene moment — stoppen, zelf controleren en pas daarna verdergaan — maakte het verschil.
En eigenlijk is dat precies waar digitale zelfredzaamheid over gaat.
Je hoeft niet ieder trucje van criminelen te kennen. Je hoeft niet te begrijpen hoe ieder algoritme werkt en je hoeft ook niet van internet te verdwijnen.
Je moet vooral weten dat informatie over jou waarde heeft.
Aan het begin van dit verhaal vroeg Peter zich af:
“Waarom zou iemand mijn gegevens willen hebben?”
Misschien was dat altijd al de verkeerde vraag.
De betere vraag is:
“Wat kan iemand met deze informatie doen als die wordt gecombineerd met wat er al over mij bekend is?”
Want je persoonsgegevens zijn niet waardevol omdat jij beroemd, rijk of belangrijk bent.
Ze zijn waardevol omdat ze iets over jou vertellen.
Vortasyn-tip
Privacy hoeft geen alles-of-niets-keuze te zijn. Begin eens klein: open de privacy-instellingen van één sociaalmediaplatform dat je gebruikt en bekijk je eigen profiel alsof je een vreemde bent.
Wat kan iemand die jou niet kent over jou ontdekken?
En onthoud vooral: persoonlijke kennis is geen bewijs van vertrouwen. Juist iemand die je wil misleiden, kan informatie over jou gebruiken om betrouwbaar te lijken.